Xtreem Januari 2010

In januari 2010 zijn wij benaderd door Jeroen Kraak, een student van een journalistieke opleiding.
Hij kwam helemaal vanuit Gelderland naar ons toe om voor het tijdschrift "Xtreem" een onderwerp te maken.
Het resultaat kun je hieronder lezen, 
Hier kun je het hele magazine bekijken. (opent in .pdf)

 

Het is tien uur ‘s avonds. Buiten waakt de maan over de donkere sterrenhemel.
Ik rij met mijn auto over een verlaten zandpad dat leidt naar het oude Fort Sabina in Willemstad. 
In de verte schijnen twee mannen met zaklampen naar mij.
Ze wachten bij een poort. Het zijn Aschwin Elout (28) en een collega. Hun grote passie is ghosthunting. Ik ga met ze naar binnen. Daar zit de rest van de spokenjagers in een grote ruimte met een brandende open haard. Ze zitten aan een tafel vol met flessen frisdrank, zakken chips en snoep. “Van het spokenjagen maken wij gewoon een gezellig uitje. Eerst kletsen we wat en dan gaan we op jacht”, word er verteld. Ik ga bij de rest zitten. “Pak maar iets als je wat wil”, zegt Isel Elout (61).

“In Auschwitz werd ik helemaal gek van de drukte. Het stikte daar van de geesten”, vertelt een teamlid. Samen met andere spokenjagers gaat hij regelmatig op zoek naar entiteiten en andere rare dingen. Deze keer gaan ze naar Fort Sabina in Willemstad.

‘Paranormale’ ervaringen’

1 van de leden begint te vertellen over het zien van geesten. Hij was bijna vermoord door een entiteit. “Ik stond boven op het dak van een fort in Mechelen. Toen werd ik door een of andere kracht naar de rand van het dak getrokken. Het was een oude Duitse officier uit de Tweede Wereldoorlog. Hij was de baas van de entiteiten daar. Hij wilde me van het fort aftrekken. Gelukkig kon Aschwin me nog net op tijd vastpakken, want anders had ik hier niet meer gestaan.” Het kan nog vreemder. B(16) is zelfs al een keer overgenomen door een geest. “Ik had het zelf totaal niet door.
Ik hoorde van Aschwin dat ik in een soort van trance zat. Hij zag mij ineens weglopen zonder wat te zeggen. Op vragen reageerde ik niet. De geest bestuurde mijn lichaam en koos zijn eigen weg. Hij ging weer uit zichzelf weg.”

Het is intussen al 23.00 uur. Na het bijpraten met elkaar besluiten we echt op zoek te gaan naar entiteiten. Dat doen de ghosthunters door middel van infraroodlampen en bewegingssensors. Ik loop een trap af en kom in een gedeelte wat normaal dienst doet als museum. Het ziet er uit alsof er al in tijden niemand geweest is. Hier is niets te zien op een paar kapotte ramen en stoelen na. Ook stikt het er van de spinnenwebben. Er is een expositie te zien over vleermuizen die in het fort wonen. “Pff, die rotbeesten ook. Ik heb er hier nog nooit eentje zien vliegen, zegt Aschwin. Omdat het een beschermde diersoort is, mogen wij niet alle gangen in.” Inmiddels zijn we aangekomen bij een oude houten deur die naar buiten leidt. Ik doe de piepende deur open en zie dat het hard aan het sneeuwen is. Ik maak met een camera wat fotootjes in de hoop dat ik een entiteit fotografeer. “Shit, alweer niets te zien op de foto”, denk ik bij mezelf. Ik begin de hoop om echt een geest te zien steeds meer te verliezen. Maar de volgende foto die ik neem wekt mijn verbazing. Er is een aparte lichtbol te zien die ik niet direct kan plaatsen. Ik vraag aan een ghosthunter of hij de foto wil bekijken. “Ach, waarschijnlijk is het gewoon een reflectie”, word er gezegd. Hij verandert echter van mening als hij het plaatje echt ziet. “Het ziet er heel raar uit!
En door de schuine wand kan het ook geen reflectie zijn”, zegt hij vol verbazing.


‘Ik zie wat jij niet ziet’

Terwijl ik mijn camera uitzet, hoor ik Aschwin roepen. “Een klein jongetje!” Ik ren naar de plaats van waar de kreet vandaan komt. Ook de anderen komen er gelijk aan met hun fotoapparatuur. Het is in de oude hal.“Kijk daar staat hij!” Het blijkt geen verdwaalde peuter te zijn, maar een echte geest. “Het jongetje is hier altijd in het fort te vinden. We denken dat het een zoon van een oude fortwachter is.” Ik zie de entiteit zelf niet, maar wel een rare onverklaarbare schaduw op de muur. Bang ben ik niet. Sterker nog, ik voel me op m’n gemak. De andere spookjagers blijven maar flitsen met hun camera’s. “We moeten wel oppassen dat de geest niet alle energie uit de apparatuur haalt”, zegt Aschwin. De entiteit schijnt zijn kracht uit elektriciteit te halen. Ik besluit naar buiten te gaan omdat ik gek wordt van al die flitslichten. Ook de anderen komen een paar seconden later naar buiten. Ze hebben alleen wat vage rook op de foto kunnen zetten. Ineens hoor ik binnen een stem. Het blijkt Aschwin te zijn. Hij praat met het kindje dat ik jammer genoeg niet zie. Ik besluit hem niet te storen, maar wacht tot hij klaar is met zijn gesprek. Daarna vraag ik hem waarover het gesprek ging. “Ik vroeg hem waarom hij naar ons keek”, vertelt Aschwin. “Het vindt ons interessant.
Hij verbaast zich erover dat we zo laat nog met zoveel mensen hier rondlopen.” De geest verdwijnt langs mijn gezicht. Op de foto is een vaag rookwolkje rond mijn hoofd te zien. Zelf zie ik het helemaal niet. Het blijft vaag rondspoken in mijn hoofd. We lopen verder. Toch vraag ik me nog altijd af waarom ik de rook niet zag. “Hoe kan het dat ik zoiets niet doorheb?”, vraag ik mezelf hardop af.
“Schijnbaar heb je niet zoveel gevoel voor paranormale activiteiten.”


‘Oude kunstenaar’

We zijn weer bij het beginpunt van onze zoektocht: de hal met de open haard. Eindelijk weer in de warmte. Ik ga aan de tafel zitten en pak een plastic beker met cola. De anderen moeten nog even wat spullen pakken buiten. Ik ben alleen over met L. Opeens horen wij muziek uit een ander deel van het fort komen. Het klinkt klassiek en onheilspellend. Er komt een oude man met een baard de trap op. Hij hoort niet bij de ghosthunters.
Voor het eerst voel ik toch een beetje angst. Hij komt dichterbij en vraagt: “Willen jullie dadelijk de poort van het fort niet op slot doen?
Vrienden van mij blijven slapen.” Daarna vertrekt hij weer. De man blijkt een kunstenaar te zijn die in een oud poortwachtershuisje bij het fort woont. Als hij weg is, zijn de anderen weer terug. Klagend komen ze binnen over de kunstenaar. “Die muziek zet hij altijd aan om ons dwars te zitten.
Hij heeft een hekel aan ons. Ik krijg wat van die kerel”, zegt Aschwin geïrriteerd.

We verlaten gelijk met z’n allen het fort. En Aschwin doet als een echte plaaggeest de poort van het fort toch op slot.